|
Welk sociaal statuut
is van toepassing wanneer ik vergoed word voor een artistieke prestatie
en/of werk in opdracht?
Indien je vergoed
wordt voor een artistiek opdrachtwerk, is sinds 1 juli 2003 het sociaal
statuut van de kunstenaar van toepassing. Dit houdt in dat eenieder:
-
die een artistieke prestatie levert of een artistiek werk produceert
(zowel scheppende als uitvoerende activiteiten) (bijv. een
muziekoptreden, een werk maken voor een museum, ...)
-
in opdracht van een natuurlijk persoon of een rechtspersoon (bijv.
een VZW, BVBA,...)(vrij initiatief valt niet onder het
kunstenaarsstatuut)
-
tegen betaling van een loon (een onkostenvergoeding is geen loon!),
gelijkgesteld wordt met een werknemer.
De regelmaat van de
prestaties is niet belangrijk. Ook éénmalige artistieke prestaties zijn
onderworpen aan het kunstenaarsstatuut.
Waterloolaan 77, 1000 Brussel
tel. : 02 546 40 50 (informatie voor zelfstandigen)
tel. : 02 509 34 26 (informatie voor werknemers)
fax : 02 513 04 13
info@articomm.be
Hoewel je als
kunstenaar in principe wordt gelijkgesteld met een werknemer, kan je
zelf opteren voor het zelfstandigenstatuut. Je moet dan wel kunnen
aantonen dat je socio-economisch onafhankelijk bent.
Onkostenvergoeding
Een onkostenvergoeding
is een vergoeding om je onkosten te dekken. Hierop zijn geen belastingen
en sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd. Derhalve biedt de
onkostenvergoeding geen sociale bescherming.
Er zijn twee types onkostenvergoedingen:
Bij een reële
onkostenvergoeding moet je de uitgaven kunnen bewijzen. Bij een
forfaitaire onkostenvergoeding wordt de vergoeding vermoed een
onkostenvergoeding te zijn, wanneer bepaalde voorwaarden vervuld zijn.
Wat is een Sociaal
Bureau voor Kunstenaars (SBK)?
Veel kunstenaars
vervullen korte opdrachten voor wisselende opdrachtgevers (bv. een
muziekband dat op één week tijd optreedt in een café, voor een
jeugdvereniging, op een festival). Voor veel van deze opdrachtgevers is
het niet vanzelfsprekend om telkens weer alle werkgeversverplichtingen
te vervullen. Om de opdrachtgevers te ontlasten van de patronale
rompslomp voorzag het sociaal statuut van de kunstenaar de erkenning van
Sociale Bureaus voor Kunstenaars (afgekort: SBK).
Deze bureaus treden op
als een interimkantoor. Een kunstenaar die werkt via een SBK, kan aan de
opdrachtgever vragen om het loon aan het SBK door te storten. Het SBK
vervult de rol van werkgever. Zij zorgt dat alle sociale aangiften en
bijdragen in orde komen.
www.t-interim.be
Het SBK voert de
patronale verplichtingen uit, maar komt niet tussen in de praktische
afspraken. De afspraken inzake de aard van de prestatie, de duur van de
opdracht en de hoogte van de vergoeding worden gemaakt door de
kunstenaar en de opdrachtgever. Hou er bij je loonsonderhandelingen
rekening mee dat op het factuurbedrag BTW en commissieloon wordt
afgehouden en een groot deel van het bedrag bestemd is voor de sociale
zekerheid en de belastingen. Bij de 'documenten' vind je een
loonkosttabel, waarbij wordt berekend hoeveel de tewerkstelling van een
kunstenaar kost via een SBK en hoeveel jij als kunstenaar overhoudt. Je
kan op voorhand informeren bij een SBK welk factuurbedrag je moet vragen
om een bepaald netto-bedrag over te houden.
Kleine (kosten)vergoedingsregeling voor kunstenaars vanaf 1 juli 2004
Het KB dat in het
Belgisch Staatsblad van 19 juli 2005 gepubliceerd werd, voert vanaf 1
juli 2004 de zogenaamde kleine vergoedingsregeling in voor kunstenaars.
Deze regeling biedt de
mogelijkheid om een kleine kostenvergoeding toe te kennen aan
kunstenaars, zonder dat daarop sociale bijdragen moeten betaald worden.
Als aan alle
wettelijke voorwaarden tegelijkertijd voldaan is, worden de kleine
vergoedingen automatisch beschouwd als forfaitaire onkostenvergoeding.
Er zijn dan geen verantwoordingsstukken vereist.
De kleine vergoeding
wordt wel beschouwd als een all-in-kostenvergoeding. Ze mag dus niet
gecombineerd worden met andere onkostenvergoedingen voor dezelfde
prestatie.
De wettelijke
voorwaarden die tegelijkertijd vervuld moeten zijn, zijn de volgende:
-
De vergoeding bedraagt maximum 100 EUR per dag
-
Het totaal van de vergoedingen bedraagt maximum 2.000 EUR per
kalenderjaar
-
Het aantal dagen waarop een beroep kan gedaan worden op de regeling
is beperkt tot 30 dagen per kalenderjaar
-
Maximum 7 opeenvolgende dagen bij een zelfde werkgever
-
Prestaties registreren op de kunstenaarskaart.
De modaliteiten in
verband met deze kunstenaarskaart moeten nog wel vastgelegd worden door
de minister van Sociale Zaken.
1. Situering
Vanaf 1 juli 2003
hebben de kunstenaars een eigen sociaal statuut.
Het basisprincipe van
dit sociaal statuut is dat elke kunstenaar die:
• een artistieke
prestatie levert of een artistiek werk produceert
• in opdracht van een natuurlijke persoon of rechtspersoon
• tegen betaling van een loon
vermoed wordt
onderworpen te zijn aan het socialezekerheidsstelsel voor werknemers.
Dit betekent dat elke
vergoeding die aan de kunstenaar wordt toegekend als tegenprestatie voor
zijn artistieke prestatie als loon wordt beschouwd, waarop sociale
bijdragen moeten betaald worden.
Onkostenvergoedingen
vallen niet onder dit loonbegrip.
Kunstenaars die
sporadisch en kleinschalig optreden, ontvangen vaak vergoedingen die
niet meer zijn dan terugbetalingen van gemaakte kosten.
Het leveren van het
bewijs dat het hier louter om onkostenvergoedingen gaat, blijkt in de
praktijk niet altijd even vanzelfsprekend.
De vrees voor sociale
navorderingen leefde dan ook sterk bij zowel de kunstenaars als hun
opdrachtgevers.
De kleine
vergoedingsregeling wil deze rechtsonzekerheid nu wegnemen.
2. Principes van de kleine vergoedingsregeling
Indien alle wettelijke
voorwaarden tegelijkertijd vervuld zijn, zijn de kleine vergoedingen die
aan kunstenaars worden betaald in ruil voor artistieke prestaties
vrijgesteld van sociale bijdragen.
Voor deze prestaties
moet geen dimona-aangifte gebeuren.
2.1. Voorwaarden
maximum 100 EUR per
dag
maximum 2.000 EUR per
kalenderjaar
indien de kunstenaar
werkt voor meerdere opdrachtgevers, mag de vergoeding 100 EUR per
opdrachtgever bedragen. Het jaarmaximum van 2.000 EUR blijft behouden.
maximum 30
kalenderdagen per jaar
maximum 7
opeenvolgende dagen bij een zelfde opdrachtgever
prestaties registreren
op de kunstenaarskaart.
2.2. Overgangsbepalingen voor 2004
De regeling treedt met
terugwerkende kracht in werking vanaf 1 juli 2004. Voor 2004 moeten de
jaarplafonds bijgevolg gehalveerd worden:
Maximum 1.000 EUR
Maximum 15 dagen
Het dagplafond van 100
EUR blijft behouden alsook het maximum van 7 opeenvolgende dagen die men
bij een zelfde opdrachtgever mag presteren.
3. Kunstenaarskaart
Om een beroep te
kunnen doen op de kleine vergoedingsregeling moet de kunstenaar in het
bezit zijn van een “kunstenaarskaart”.
De doelstelling van de
kunstenaarskaart is dubbel:
Maximale zekerheid
bieden aan de opdrachtgever dat de kunstenaar op het moment van de
artistieke prestaties aan alle voorwaarden voldoet om de kleine
vergoedingsregeling te kunnen genieten
Aan de Inspectie de
mogelijkheid bieden om de naleving van dit stelsel te controleren.
De modaliteiten in
verband met de kunstenaarskaart moeten nog door de minister van Sociale
Zaken worden vastgelegd.
In afwachting daarvan
wordt aanbevolen een verklaring op eer te vragen van de betrokken
kunstenaar waarin deze verklaart nog altijd in aanmerking te komen voor
de kleine vergoedingsregeling.
4. Toepassingsgebied van de kleine vergoedingsregeling
De kleine
vergoedingsregeling is van toepassing op iedereen die een artistieke
prestatie levert of een artistiek werk produceert zoals gedefinieerd in
het sociaal statuut van de kunstenaar.
Essentieel is het
onbezoldigde karakter van de prestaties en de vooropgestelde plafonds
van de onkostenforfaits.
Ook kunstenaars die
een zelfstandigheidsverklaring hebben afgelegd en dus niet onder het
sociaal statuut vallen, kunnen gebruikmaken van de kleine
vergoedingsregeling als alle wettelijke voorwaarden tegelijkertijd
vervuld zijn.
5. Cumulverbod
Kunstenaars die al met
een opdrachtgever verbonden zijn met een arbeidsovereenkomst, een
aannemingsovereenkomst of een statutaire aanstelling, kunnen niet
tegelijkertijd een beroep doen op de kleine vergoedingsregeling tenzij
zij kunnen bewijzen dat het om prestaties van een andere aard gaat.
Kunstenaars die een
beroep doen op de kleine vergoedingsregeling voor onbezoldigde
artistieke activiteiten, kunnen voor dezelfde dag geen beroep meer doen
op de vrijwilligersregeling.
Zij mogen evenmin voor
hetzelfde kalenderjaar en voor artistieke prestaties/werken de
vrijwilligersregeling en de kleine vergoedingsregeling cumuleren.
6. Sancties bij niet-naleving van de voorwaarden
6.1. Overschrijding van de plafonds
Bij overschrijding van
het maximumbedrag per dag worden de kunstenaar en zijn opdrachtgever
onderworpen aan de socialezekerheidswet. Dit geldt voor alle
vergoedingen die door deze opdrachtgever aan de betrokken kunstenaar
zijn betaald in de loop van het kalenderjaar.
Bij overschrijding van
het maximumbedrag per jaar en/of het maximumaantal kalenderdagen per
jaar, worden de kunstenaar en de opdrachtgever bij wie de plafonds
werden overschreden, onderworpen aan de socialezekerheidswet.
Ook opdrachtgevers die
na het overschrijden van deze plafonds een beroep doen op de betrokken
kunstenaar, worden onderworpen aan de socialezekerheidswet.
Dit geldt voor alle
vergoedingen die in de loop van het kalenderjaar aan de betrokken
kunstenaar betaald werden.
6.2. Kunstenaarskaart
Bij gebrek aan
kunstenaarskaart of indien de vermeldingen op de kaart onvolledig of
onjuist zijn, kunnen de kunstenaar noch zijn opdrachtgever een beroep
doen op de regeling gedurende het lopende kalenderjaar.
6.3. Niet-naleving van het cumulverbod
Bij niet-naleving van
het cumulverbod zijn de persoon en de opdrachtgever voor de betrokken
artistieke prestatie onderworpen aan de socialezekerheidswet.
7. Inwerkingtreding
De kleine
vergoedingsregeling wordt met terugwerkende kracht ingevoerd vanaf 1
juli 2004.
Het blijft echter nog
even wachten op de concrete invulling van het principe van de
kunstenaarskaart. |