|
Hoofdstad
Panama-stad
(ca
800.000
inwoners),
dat
zich
ten
oosten
van
het
kanaal
over
een
lengte
van
tien
kilometer
uitstrekt
langs
de
kust
van
de
Grote
Oceaan,
is
het
commerciële
centrum
van
het
land.
Hier
vind
je
winkels
in
overvloed,
moderne
gebouwen,
een
bruisend
uitgaansleven
en
alles
dat
je
in
een
westerse
stad
verwacht
aan
te
treffen.
Maar
ook
zijn
er
schitterende
gebouwen,
straten
en
pleinen
uit
de
koloniale
tijd.Deze
laatste
zijn
vooral
te
vinden
in
de
wijk
San
Felipe,
ook
wel
'
Casco
Viejo'
(het
oude
erf)
genoemd.
Dit
is
de
plaats
waar
de
Spanjaarden
hun
toevlucht
zochten
toen
hun
oorspronkelijke
vestiging,
Panamá
Viejo,
in
de
1671
werd
geplunderd
en
verbrand
door
de
Engelse
piraat
Henry
Morgan.
In
Panamá
Viejo
zijn
nog
steeds
de
ruïnes
te
bezichtigen
van
de
eerste
Spaanse
bouwwerken,
stammend
uit
1519.
Henry
Morgan
was
nog
over
land
gekomen,
maar
later
kwam
het
gevaar
ook
van
zee.
Casco
Viejo
was
goed
te
verdedigen
tegen
de
piraten,
omdat
het
op
een
landtong
ligt
en
wordt
afgeschermd
door
steile
kliffen.
De
fortificaties
die
de
Spanjaarden
bouwden
staan
er
nog
steeds,
maar
de
kerkers
zijn
omgebouwd
tot
restaurantjes
en
kunstgaleries.
De
koloniale
architectuur,
de
schitterende
Franse
balkons,
de
pleinen
zoals
de
Plaza
de
Francia
en
de
Plaza
Bolívar
en
de
smalle
kronkelende
straatjes
maken
dit
gedeelte
van
de
stad
tot
één
van
de
beste
voorbeelden
van
een
Europese
stad,
zoals
die
in
de
koloniale
tijd
in
de
nieuwe
wereld
gebouwd
werd.
De
wijk
ademt
enigszins
de
geur
van
verval,
maar
restauratiewerkzaamheden
zijn
in
volle
gang
om
al
het
moois
te
bewaren.
Keuken
De
diversiteit
van
de
bevolking
van
Panama
weerspiegelt
zich
in
het
eten.
Lokale
gerechten
zijn
‘sancocho’,
een
pittige
stoofschotel
van
kip
en
groente
en
‘ropa
vieja’
(oude
kleren),
gemaakt
van
rundvlees.
Een
speciaal
gerecht
is
ceviche,
vis
of
schelpdieren
gemarineerd
in
citroensap,
met
rode
uien
en
pepers.
De
vis
is
meestal
rauw,
maar
sommige
soorten
worden
eerst
gekookt.
Deze
zijn
heel
erg
lekker.
Verder
kun
je
patacones
de
plátano
proberen:
gebakken
banaan.
Dit
soort
bakbananen
is
vrij
melig,
en
doet
nog
het
meest
aan
aardappelen
denken.
Gebakken
in
de
olie
heeft
het
wel
iets
weg
van
krokant
gebakken
frites.
Samen
met
de
vis
kun
je
in
Panama
ook
heel
goed
andere
zeedieren
eten.
Aan
de
Caribische
kust
worden
visschotels
vaak
gecombineerd
met
kokos. Klimaat
Panama
is
boven
alles
een
warm
land.
Aangezien
het
dicht
bij
de
evenaar
ligt,
zijn
er
maar
twee
seizoenen:
het
droge
seizoen,
van
januari
tot
half
april,
en
het
regenseizoen
van
half
april
tot
en
met
december.
Aan
de
noordkant
valt
twee
keer
zoveel
regen
als
in
het
zuiden.
Het
regent
niet
constant,
maar
er
vallen
korte,
hevige
buien,
die
vaak
gepaard
gaan
met
een
stevige
storm.
Die
buien
zijn
verfrissend,
en
worden
gevolgd
door
een
heldere
hemel.
Voor
de
temperatuur
maakt
de
wisseling
der
seizoenen
weinig
verschil:
die
is
het
hele
jaar
door
tussen
de
21°
en
35°
in
het
laagland,
en
tussen
de
10°
en
18°
in
de
bergen.
Omdat
de
luchtvochtigheid
heel
hoog
is,
vooral
tijdens
het
regenseizoen,
is
de
warmte
drukkend
en
zweet
je
snel.
Ook
's
nachts
koelt
het
niet
veel
af
en
is
het
nog
wel
een
graad
of
25.
Munteenheid
De
Panamese
munteenheid,
de
balboa
(genoemd
naar
de
eerste
Spanjaard
die
de
Grote
oceaan
bereikte)
is
gelijkgeschakeld
met
de
Amerikaanse
dollar. Nationale
Feestdag 3
november
(onafhankelijkheidsdag) |